HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stralen — definition

Conjugation of stralen

Regular CEFR C1
ˈstraːlə(n)

een heel blije uitdrukking op het gezicht hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik straal
jij / je straalt
hij / zij / het straalt
wij / we stralen
jullie stralen
zij / ze stralen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik straalde
jij / je straalde
hij / zij / het straalde
wij / we straalden
jullie straalden
zij / ze straalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strale
jij / je strale
hij / zij / het strale
wij / we stralen
jullie stralen
zij / ze stralen
Aanvoegende wijs — verleden
ik straalde
jij / je straalde
hij / zij / het straalde
wij / we straalden
jullie straalden
zij / ze straalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij straal
jullie (archaïsch) straalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stralen
Tegenwoordig deelwoord
stralend
Voltooid deelwoord
gestraald

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary