HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← straffen — definition

Conjugation of straffen

Regular CEFR B2
ˈstrɑfə(n)

negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik straf
jij / je straft
hij / zij / het straft
wij / we straffen
jullie straffen
zij / ze straffen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strafte
jij / je strafte
hij / zij / het strafte
wij / we straften
jullie straften
zij / ze straften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik straffe
jij / je straffe
hij / zij / het straffe
wij / we straffen
jullie straffen
zij / ze straffen
Aanvoegende wijs — verleden
ik strafte
jij / je strafte
hij / zij / het strafte
wij / we straften
jullie straften
zij / ze straften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij straf
jullie (archaïsch) straft

Onbepaalde vormen

Infinitief
straffen
Tegenwoordig deelwoord
straffend
Voltooid deelwoord
gestraft

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary