HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stoten — definition

Conjugation of stoten

Regular CEFR C1
ˈstoːtə(n)

met een korte snelle beweging (weg)duwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stoot
jij / je stoot
hij / zij / het stoot
wij / we stoten
jullie stoten
zij / ze stoten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stootte
jij / je stootte
hij / zij / het stootte
wij / we stootten
jullie stootten
zij / ze stootten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stote
jij / je stote
hij / zij / het stote
wij / we stoten
jullie stoten
zij / ze stoten
Aanvoegende wijs — verleden
ik stootte
jij / je stootte
hij / zij / het stootte
wij / we stootten
jullie stootten
zij / ze stootten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stoot
jullie (archaïsch) stoot

Onbepaalde vormen

Infinitief
stoten
Tegenwoordig deelwoord
stotend
Voltooid deelwoord
gestoten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary