HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stooten — definición

Conjugation of stooten

Regular CEFR B1

verouderde spelling of vorm van stoten tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stoot
jij / je stoot
hij / zij / het stoot
wij / we stooten
jullie stooten
zij / ze stooten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stootte
jij / je stootte
hij / zij / het stootte
wij / we stootten
jullie stootten
zij / ze stootten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stoote
jij / je stoote
hij / zij / het stoote
wij / we stooten
jullie stooten
zij / ze stooten
Aanvoegende wijs — verleden
ik stootte
jij / je stootte
hij / zij / het stootte
wij / we stootten
jullie stootten
zij / ze stootten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stoot
jullie (archaïsch) stoot

Onbepaalde vormen

Infinitief
stooten
Tegenwoordig deelwoord
stootend
Voltooid deelwoord
gestooten

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary