HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stommelen — definition

Conjugation of stommelen

Regular CEFR B2

door lopen op een gehorige vloer lawaai maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stommel
jij / je stommelt
hij / zij / het stommelt
wij / we stommelen
jullie stommelen
zij / ze stommelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stommelde
jij / je stommelde
hij / zij / het stommelde
wij / we stommelden
jullie stommelden
zij / ze stommelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stommele
jij / je stommele
hij / zij / het stommele
wij / we stommelen
jullie stommelen
zij / ze stommelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stommelde
jij / je stommelde
hij / zij / het stommelde
wij / we stommelden
jullie stommelden
zij / ze stommelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stommel
jullie (archaïsch) stommelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stommelen
Tegenwoordig deelwoord
stommelend
Voltooid deelwoord
gestommeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary