Conjugation of stofzuigen
/ˈstɔf.zœy̯.ɣə(n)/verwijderen van stof door het aanleggen van een verlaagde druk met een apparaat Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | stofzuig |
| jij / je | stofzuigt |
| hij / zij / het | stofzuigt |
| wij / we | stofzuigen |
| jullie | stofzuigen |
| zij / ze | stofzuigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | stofzuigde |
| jij / je | stofzuigde |
| hij / zij / het | stofzuigde |
| wij / we | stofzuigden |
| jullie | stofzuigden |
| zij / ze | stofzuigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | stofzuige |
| jij / je | stofzuige |
| hij / zij / het | stofzuige |
| wij / we | stofzuigen |
| jullie | stofzuigen |
| zij / ze | stofzuigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | stofzuigde |
| jij / je | stofzuigde |
| hij / zij / het | stofzuigde |
| wij / we | stofzuigden |
| jullie | stofzuigden |
| zij / ze | stofzuigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | stofzuig |
| jullie (archaïsch) | stofzuigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | stofzuigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | stofzuigend |
Voltooid deelwoord
| — | gestofzuigd |