HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stipuleren — definition

Conjugation of stipuleren

Regular CEFR B2
sti.pyˈleː.rə(n)

als voorwaarde, voorbehoud, beperking of uitbreiding vastleggen (in een contract) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stipuleer
jij / je stipuleert
hij / zij / het stipuleert
wij / we stipuleren
jullie stipuleren
zij / ze stipuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stipuleerde
jij / je stipuleerde
hij / zij / het stipuleerde
wij / we stipuleerden
jullie stipuleerden
zij / ze stipuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stipulere
jij / je stipulere
hij / zij / het stipulere
wij / we stipuleren
jullie stipuleren
zij / ze stipuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik stipuleerde
jij / je stipuleerde
hij / zij / het stipuleerde
wij / we stipuleerden
jullie stipuleerden
zij / ze stipuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stipuleer
jullie (archaïsch) stipuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
stipuleren
Tegenwoordig deelwoord
stipulerend
Voltooid deelwoord
gestipuleerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary