HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stijgen — definición

Conjugation of stijgen

Regular CEFR B2
/ˈstɛi̯ɣə(n)/

naar boven gaan, toenemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stijg
jij / je stijgt
hij / zij / het stijgt
wij / we stijgen
jullie stijgen
zij / ze stijgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik steeg
jij / je steeg
hij / zij / het steeg
wij / we stegen
jullie stegen
zij / ze stegen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stijge
jij / je stijge
hij / zij / het stijge
wij / we stijgen
jullie stijgen
zij / ze stijgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stege
jij / je stege
hij / zij / het stege
wij / we stegen
jullie stegen
zij / ze stegen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stijg
jullie (archaïsch) stijgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stijgen
Tegenwoordig deelwoord
stijgend
Voltooid deelwoord
gestegen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary