HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stiefelen — definition

Conjugation of stiefelen

Regular CEFR B2

stevig doorlopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stiefel
jij / je stiefelt
hij / zij / het stiefelt
wij / we stiefelen
jullie stiefelen
zij / ze stiefelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stiefelde
jij / je stiefelde
hij / zij / het stiefelde
wij / we stiefelden
jullie stiefelden
zij / ze stiefelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stiefele
jij / je stiefele
hij / zij / het stiefele
wij / we stiefelen
jullie stiefelen
zij / ze stiefelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stiefelde
jij / je stiefelde
hij / zij / het stiefelde
wij / we stiefelden
jullie stiefelden
zij / ze stiefelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stiefel
jullie (archaïsch) stiefelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stiefelen
Tegenwoordig deelwoord
stiefelend
Voltooid deelwoord
gestiefeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary