HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stickeren — definition

Conjugation of stickeren

Regular CEFR B2
ˈstɪ.kə.rə(n)

met een of meer zelfklevende etiketten beplakken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sticker
jij / je stickert
hij / zij / het stickert
wij / we stickeren
jullie stickeren
zij / ze stickeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stickerde
jij / je stickerde
hij / zij / het stickerde
wij / we stickerden
jullie stickerden
zij / ze stickerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stickere
jij / je stickere
hij / zij / het stickere
wij / we stickeren
jullie stickeren
zij / ze stickeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik stickerde
jij / je stickerde
hij / zij / het stickerde
wij / we stickerden
jullie stickerden
zij / ze stickerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sticker
jullie (archaïsch) stickert

Onbepaalde vormen

Infinitief
stickeren
Tegenwoordig deelwoord
stickerend
Voltooid deelwoord
gestickerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary