Conjugation of stabiliseren
/staː.bi.liˈzeː.rə(n)/stabiel maken, bestendigen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | stabiliseer |
| jij / je | stabiliseert |
| hij / zij / het | stabiliseert |
| wij / we | stabiliseren |
| jullie | stabiliseren |
| zij / ze | stabiliseren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | stabiliseerde |
| jij / je | stabiliseerde |
| hij / zij / het | stabiliseerde |
| wij / we | stabiliseerden |
| jullie | stabiliseerden |
| zij / ze | stabiliseerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | stabilisere |
| jij / je | stabilisere |
| hij / zij / het | stabilisere |
| wij / we | stabiliseren |
| jullie | stabiliseren |
| zij / ze | stabiliseren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | stabiliseerde |
| jij / je | stabiliseerde |
| hij / zij / het | stabiliseerde |
| wij / we | stabiliseerden |
| jullie | stabiliseerden |
| zij / ze | stabiliseerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | stabiliseer |
| jullie (archaïsch) | stabiliseert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | stabiliseren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | stabiliserend |
Voltooid deelwoord
| — | gestabiliseerd |