HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spuwen — definition

Conjugation of spuwen

Regular CEFR C2
'spyʋə(n)

water of ander materiaal met vaart naar buiten doen komen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spuw
jij / je spuwt
hij / zij / het spuwt
wij / we spuwen
jullie spuwen
zij / ze spuwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spuwde
jij / je spuwde
hij / zij / het spuwde
wij / we spuwden
jullie spuwden
zij / ze spuwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spuwe
jij / je spuwe
hij / zij / het spuwe
wij / we spuwen
jullie spuwen
zij / ze spuwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spuwde
jij / je spuwde
hij / zij / het spuwde
wij / we spuwden
jullie spuwden
zij / ze spuwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spuw
jullie (archaïsch) spuwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spuwen
Tegenwoordig deelwoord
spuwend
Voltooid deelwoord
gespuwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary