HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spurten — definition

Conjugation of spurten

Regular CEFR B1
ˈspʏr.tə(n)

in een race korte tijd het tempo sterk verhogen om andere deelnemers af te schudden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spurt
jij / je spurt
hij / zij / het spurt
wij / we spurten
jullie spurten
zij / ze spurten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spurtte
jij / je spurtte
hij / zij / het spurtte
wij / we spurtten
jullie spurtten
zij / ze spurtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spurte
jij / je spurte
hij / zij / het spurte
wij / we spurten
jullie spurten
zij / ze spurten
Aanvoegende wijs — verleden
ik spurtte
jij / je spurtte
hij / zij / het spurtte
wij / we spurtten
jullie spurtten
zij / ze spurtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spurt
jullie (archaïsch) spurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spurten
Tegenwoordig deelwoord
spurtend
Voltooid deelwoord
gespurt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary