HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spruiten — definición

Conjugation of spruiten

Regular CEFR B2
/ˈsprœy̯.tə(n)/

~ uit: voortkomen of voortvloeien uit Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spruit
jij / je spruit
hij / zij / het spruit
wij / we spruiten
jullie spruiten
zij / ze spruiten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sproot
jij / je sproot
hij / zij / het sproot
wij / we sproten
jullie sproten
zij / ze sproten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spruite
jij / je spruite
hij / zij / het spruite
wij / we spruiten
jullie spruiten
zij / ze spruiten
Aanvoegende wijs — verleden
ik sprote
jij / je sprote
hij / zij / het sprote
wij / we sproten
jullie sproten
zij / ze sproten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spruit
jullie (archaïsch) spruit

Onbepaalde vormen

Infinitief
spruiten
Tegenwoordig deelwoord
spruitend
Voltooid deelwoord
gesproten

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary