HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sproeien — definition

Conjugation of sproeien

Regular CEFR C2
ˈsprui̯ə(n)

een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sproei
jij / je sproeit
hij / zij / het sproeit
wij / we sproeien
jullie sproeien
zij / ze sproeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sproeide
jij / je sproeide
hij / zij / het sproeide
wij / we sproeiden
jullie sproeiden
zij / ze sproeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sproeie
jij / je sproeie
hij / zij / het sproeie
wij / we sproeien
jullie sproeien
zij / ze sproeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik sproeide
jij / je sproeide
hij / zij / het sproeide
wij / we sproeiden
jullie sproeiden
zij / ze sproeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sproei
jullie (archaïsch) sproeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
sproeien
Tegenwoordig deelwoord
sproeiend
Voltooid deelwoord
gesproeid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary