HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sprinten — definition

Conjugation of sprinten

Regular CEFR C2
ˈsprɪn.tə(n)

een kort stuk hard ergens heen rennen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sprint
jij / je sprint
hij / zij / het sprint
wij / we sprinten
jullie sprinten
zij / ze sprinten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sprintte
jij / je sprintte
hij / zij / het sprintte
wij / we sprintten
jullie sprintten
zij / ze sprintten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sprinte
jij / je sprinte
hij / zij / het sprinte
wij / we sprinten
jullie sprinten
zij / ze sprinten
Aanvoegende wijs — verleden
ik sprintte
jij / je sprintte
hij / zij / het sprintte
wij / we sprintten
jullie sprintten
zij / ze sprintten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sprint
jullie (archaïsch) sprint

Onbepaalde vormen

Infinitief
sprinten
Tegenwoordig deelwoord
sprintend
Voltooid deelwoord
gesprint

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary