HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← springen — definición

Conjugation of springen

Regular CEFR B1
/ˈsprɪŋə(n)/

na zich tegen de zwaartekracht afgezet te hebben een korte vrije val door de lucht maken in een bepaalde richting Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spring
jij / je springt
hij / zij / het springt
wij / we springen
jullie springen
zij / ze springen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sprong
jij / je sprong
hij / zij / het sprong
wij / we sprongen
jullie sprongen
zij / ze sprongen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik springe
jij / je springe
hij / zij / het springe
wij / we springen
jullie springen
zij / ze springen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spronge
jij / je spronge
hij / zij / het spronge
wij / we sprongen
jullie sprongen
zij / ze sprongen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spring
jullie (archaïsch) springt

Onbepaalde vormen

Infinitief
springen
Tegenwoordig deelwoord
springend
Voltooid deelwoord
gesprongen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary