HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spreiden — definition

Conjugation of spreiden

Regular CEFR C2

wijd uiteendoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spreid
jij / je spreidt
hij / zij / het spreidt
wij / we spreiden
jullie spreiden
zij / ze spreiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spreidde
jij / je spreidde
hij / zij / het spreidde
wij / we spreidden
jullie spreidden
zij / ze spreidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spreide
jij / je spreide
hij / zij / het spreide
wij / we spreiden
jullie spreiden
zij / ze spreiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik spreidde
jij / je spreidde
hij / zij / het spreidde
wij / we spreidden
jullie spreidden
zij / ze spreidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spreid
jullie (archaïsch) spreidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spreiden
Tegenwoordig deelwoord
spreidend
Voltooid deelwoord
gespreid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary