HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sprankelen — definition

Conjugation of sprankelen

Regular CEFR B2
ˈsprɑŋkələ(n)

korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sprankel
jij / je sprankelt
hij / zij / het sprankelt
wij / we sprankelen
jullie sprankelen
zij / ze sprankelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sprankelde
jij / je sprankelde
hij / zij / het sprankelde
wij / we sprankelden
jullie sprankelden
zij / ze sprankelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sprankele
jij / je sprankele
hij / zij / het sprankele
wij / we sprankelen
jullie sprankelen
zij / ze sprankelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sprankelde
jij / je sprankelde
hij / zij / het sprankelde
wij / we sprankelden
jullie sprankelden
zij / ze sprankelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sprankel
jullie (archaïsch) sprankelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sprankelen
Tegenwoordig deelwoord
sprankelend
Voltooid deelwoord
gesprankeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary