HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spouwen — definition

Conjugation of spouwen

Regular CEFR B1

in lengterichting verdelen, splitsen, splijten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spouw
jij / je spouwt
hij / zij / het spouwt
wij / we spouwen
jullie spouwen
zij / ze spouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spouwde
jij / je spouwde
hij / zij / het spouwde
wij / we spouwden
jullie spouwden
zij / ze spouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spouwe
jij / je spouwe
hij / zij / het spouwe
wij / we spouwen
jullie spouwen
zij / ze spouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spouwde
jij / je spouwde
hij / zij / het spouwde
wij / we spouwden
jullie spouwden
zij / ze spouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spouw
jullie (archaïsch) spouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spouwen
Tegenwoordig deelwoord
spouwend
Voltooid deelwoord
gespouwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary