HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sporen — definition

Conjugation of sporen

Regular CEFR A2
ˈspoːrə(n)

in het grotere geheel passen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spoor
jij / je spoort
hij / zij / het spoort
wij / we sporen
jullie sporen
zij / ze sporen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spoorde
jij / je spoorde
hij / zij / het spoorde
wij / we spoorden
jullie spoorden
zij / ze spoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spore
jij / je spore
hij / zij / het spore
wij / we sporen
jullie sporen
zij / ze sporen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spoorde
jij / je spoorde
hij / zij / het spoorde
wij / we spoorden
jullie spoorden
zij / ze spoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spoor
jullie (archaïsch) spoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
sporen
Tegenwoordig deelwoord
sporend
Voltooid deelwoord
gespoord

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary