HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spoken — definición

Conjugation of spoken

Regular CEFR B2
/ˈspoː.kə(n)/

rondwaren, dolen als een spook Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spook
jij / je spookt
hij / zij / het spookt
wij / we spoken
jullie spoken
zij / ze spoken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spookte
jij / je spookte
hij / zij / het spookte
wij / we spookten
jullie spookten
zij / ze spookten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spoke
jij / je spoke
hij / zij / het spoke
wij / we spoken
jullie spoken
zij / ze spoken
Aanvoegende wijs — verleden
ik spookte
jij / je spookte
hij / zij / het spookte
wij / we spookten
jullie spookten
zij / ze spookten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spook
jullie (archaïsch) spookt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spoken
Tegenwoordig deelwoord
spokend
Voltooid deelwoord
gespookt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary