HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spoelen — definición

Conjugation of spoelen

Regular CEFR C1
/ˈspulə(n)/

blootstellen aan stromend water Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spoel
jij / je spoelt
hij / zij / het spoelt
wij / we spoelen
jullie spoelen
zij / ze spoelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spoelde
jij / je spoelde
hij / zij / het spoelde
wij / we spoelden
jullie spoelden
zij / ze spoelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spoele
jij / je spoele
hij / zij / het spoele
wij / we spoelen
jullie spoelen
zij / ze spoelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spoelde
jij / je spoelde
hij / zij / het spoelde
wij / we spoelden
jullie spoelden
zij / ze spoelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spoel
jullie (archaïsch) spoelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spoelen
Tegenwoordig deelwoord
spoelend
Voltooid deelwoord
gespoeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary