HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spartelen — definition

Conjugation of spartelen

Regular CEFR C2
ˈspɑr.tə.lə(n)

wilde bewegingen maken met armen en benen, gewoonlijk om zich ergens van te bevrijden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spartel
jij / je spartelt
hij / zij / het spartelt
wij / we spartelen
jullie spartelen
zij / ze spartelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spartelde
jij / je spartelde
hij / zij / het spartelde
wij / we spartelden
jullie spartelden
zij / ze spartelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spartele
jij / je spartele
hij / zij / het spartele
wij / we spartelen
jullie spartelen
zij / ze spartelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spartelde
jij / je spartelde
hij / zij / het spartelde
wij / we spartelden
jullie spartelden
zij / ze spartelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spartel
jullie (archaïsch) spartelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spartelen
Tegenwoordig deelwoord
spartelend
Voltooid deelwoord
gesparteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary