HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sparen — definition

Conjugation of sparen

Regular CEFR B2
ˈspaːrə(n)

ontzien, niet straffen of geweld aandoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spaar
jij / je spaart
hij / zij / het spaart
wij / we sparen
jullie sparen
zij / ze sparen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spaarde
jij / je spaarde
hij / zij / het spaarde
wij / we spaarden
jullie spaarden
zij / ze spaarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spare
jij / je spare
hij / zij / het spare
wij / we sparen
jullie sparen
zij / ze sparen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spaarde
jij / je spaarde
hij / zij / het spaarde
wij / we spaarden
jullie spaarden
zij / ze spaarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spaar
jullie (archaïsch) spaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
sparen
Tegenwoordig deelwoord
sparend
Voltooid deelwoord
gespaard

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary