HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spannen — definition

Conjugation of spannen

Regular CEFR C2
ˈspɑ.nə(n)

het werkwoord behoorde tot klasse 7 en de verleden tijd was spien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik span
jij / je spant
hij / zij / het spant
wij / we spannen
jullie spannen
zij / ze spannen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spande
jij / je spande
hij / zij / het spande
wij / we spanden
jullie spanden
zij / ze spanden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spanne
jij / je spanne
hij / zij / het spanne
wij / we spannen
jullie spannen
zij / ze spannen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spande
jij / je spande
hij / zij / het spande
wij / we spanden
jullie spanden
zij / ze spanden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij span
jullie (archaïsch) spant

Onbepaalde vormen

Infinitief
spannen
Tegenwoordig deelwoord
spannend
Voltooid deelwoord
gespannen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary