HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← souperen — definición

Conjugation of souperen

Regular CEFR B2
/ˌsuˈpeː.rə(n)/

nuttigen van een avondmaaltijd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik soupeer
jij / je soupeert
hij / zij / het soupeert
wij / we souperen
jullie souperen
zij / ze souperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik soupeerde
jij / je soupeerde
hij / zij / het soupeerde
wij / we soupeerden
jullie soupeerden
zij / ze soupeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik soupere
jij / je soupere
hij / zij / het soupere
wij / we souperen
jullie souperen
zij / ze souperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik soupeerde
jij / je soupeerde
hij / zij / het soupeerde
wij / we soupeerden
jullie soupeerden
zij / ze soupeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij soupeer
jullie (archaïsch) soupeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
souperen
Tegenwoordig deelwoord
souperend
Voltooid deelwoord
gesoupeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary