HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← souffleren — definición

Conjugation of souffleren

Regular CEFR B2
/ˌsuˈfleː.rə(n)/

laten opkomen of zwellen (d.m.v. geklopt eiwit met veel lucht erin) (-> soufflé) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik souffleer
jij / je souffleert
hij / zij / het souffleert
wij / we souffleren
jullie souffleren
zij / ze souffleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik souffleerde
jij / je souffleerde
hij / zij / het souffleerde
wij / we souffleerden
jullie souffleerden
zij / ze souffleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik soufflere
jij / je soufflere
hij / zij / het soufflere
wij / we souffleren
jullie souffleren
zij / ze souffleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik souffleerde
jij / je souffleerde
hij / zij / het souffleerde
wij / we souffleerden
jullie souffleerden
zij / ze souffleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij souffleer
jullie (archaïsch) souffleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
souffleren
Tegenwoordig deelwoord
soufflerend
Voltooid deelwoord
gesouffleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary