HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sommeren — definition

Conjugation of sommeren

Regular CEFR B2

met autoriteit een bevel geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sommeer
jij / je sommeert
hij / zij / het sommeert
wij / we sommeren
jullie sommeren
zij / ze sommeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sommeerde
jij / je sommeerde
hij / zij / het sommeerde
wij / we sommeerden
jullie sommeerden
zij / ze sommeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sommere
jij / je sommere
hij / zij / het sommere
wij / we sommeren
jullie sommeren
zij / ze sommeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik sommeerde
jij / je sommeerde
hij / zij / het sommeerde
wij / we sommeerden
jullie sommeerden
zij / ze sommeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sommeer
jullie (archaïsch) sommeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
sommeren
Tegenwoordig deelwoord
sommerend
Voltooid deelwoord
gesommeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary