HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← soezen — definición

Conjugation of soezen

Regular CEFR B1
/ˈsu.zə(n)/

dommelen, half slapen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik soes
jij / je soest
hij / zij / het soest
wij / we soezen
jullie soezen
zij / ze soezen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik soesde
jij / je soesde
hij / zij / het soesde
wij / we soesden
jullie soesden
zij / ze soesden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik soeze
jij / je soeze
hij / zij / het soeze
wij / we soezen
jullie soezen
zij / ze soezen
Aanvoegende wijs — verleden
ik soesde
jij / je soesde
hij / zij / het soesde
wij / we soesden
jullie soesden
zij / ze soesden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij soes
jullie (archaïsch) soest

Onbepaalde vormen

Infinitief
soezen
Tegenwoordig deelwoord
soezend
Voltooid deelwoord
gesoesd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary