HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snuwen — definition

Conjugation of snuwen

Regular CEFR B1

to snow Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snuw
jij / je snuwt
hij / zij / het snuwt
wij / we snuwen
jullie snuwen
zij / ze snuwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snuwde
jij / je snuwde
hij / zij / het snuwde
wij / we snuwden
jullie snuwden
zij / ze snuwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snuwe
jij / je snuwe
hij / zij / het snuwe
wij / we snuwen
jullie snuwen
zij / ze snuwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snuwde
jij / je snuwde
hij / zij / het snuwde
wij / we snuwden
jullie snuwden
zij / ze snuwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snuw
jullie (archaïsch) snuwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snuwen
Tegenwoordig deelwoord
snuwend
Voltooid deelwoord
gesnuwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary