HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snuffelen — definition

Conjugation of snuffelen

Regular CEFR C2
ˈsnʏfələ(n)

nieuwsgierig en vaak ook heimelijk doorzoeken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snuffel
jij / je snuffelt
hij / zij / het snuffelt
wij / we snuffelen
jullie snuffelen
zij / ze snuffelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snuffelde
jij / je snuffelde
hij / zij / het snuffelde
wij / we snuffelden
jullie snuffelden
zij / ze snuffelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snuffele
jij / je snuffele
hij / zij / het snuffele
wij / we snuffelen
jullie snuffelen
zij / ze snuffelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snuffelde
jij / je snuffelde
hij / zij / het snuffelde
wij / we snuffelden
jullie snuffelden
zij / ze snuffelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snuffel
jullie (archaïsch) snuffelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snuffelen
Tegenwoordig deelwoord
snuffelend
Voltooid deelwoord
gesnuffeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary