HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snorkelen — definición

Conjugation of snorkelen

Regular CEFR C2
/ˈsnɔr.kə.lə(n)/

het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snorkel
jij / je snorkelt
hij / zij / het snorkelt
wij / we snorkelen
jullie snorkelen
zij / ze snorkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snorkelde
jij / je snorkelde
hij / zij / het snorkelde
wij / we snorkelden
jullie snorkelden
zij / ze snorkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snorkele
jij / je snorkele
hij / zij / het snorkele
wij / we snorkelen
jullie snorkelen
zij / ze snorkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snorkelde
jij / je snorkelde
hij / zij / het snorkelde
wij / we snorkelden
jullie snorkelden
zij / ze snorkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snorkel
jullie (archaïsch) snorkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snorkelen
Tegenwoordig deelwoord
snorkelend
Voltooid deelwoord
gesnorkeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary