HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snoozen — definition

Conjugation of snoozen

Regular CEFR B1
ˈsnuː.zə(n)

in bed blijven liggen nadat men al wakker is geworden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snooze
jij / je snoozet
hij / zij / het snoozet
wij / we snoozen
jullie snoozen
zij / ze snoozen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snoozede
jij / je snoozede
hij / zij / het snoozede
wij / we snoozeden
jullie snoozeden
zij / ze snoozeden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snooze
jij / je snooze
hij / zij / het snooze
wij / we snoozen
jullie snoozen
zij / ze snoozen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snoozede
jij / je snoozede
hij / zij / het snoozede
wij / we snoozeden
jullie snoozeden
zij / ze snoozeden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snooze
jullie (archaïsch) snoozet

Onbepaalde vormen

Infinitief
snoozen
Tegenwoordig deelwoord
snoozend
Voltooid deelwoord
gesnoozed

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary