HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sneuvelen — definición

Conjugation of sneuvelen

Regular CEFR C2
/ˈsnøː.və.lə(n)/

kapot gaan door te breken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sneuvel
jij / je sneuvelt
hij / zij / het sneuvelt
wij / we sneuvelen
jullie sneuvelen
zij / ze sneuvelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sneuvelde
jij / je sneuvelde
hij / zij / het sneuvelde
wij / we sneuvelden
jullie sneuvelden
zij / ze sneuvelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sneuvele
jij / je sneuvele
hij / zij / het sneuvele
wij / we sneuvelen
jullie sneuvelen
zij / ze sneuvelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sneuvelde
jij / je sneuvelde
hij / zij / het sneuvelde
wij / we sneuvelden
jullie sneuvelden
zij / ze sneuvelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sneuvel
jullie (archaïsch) sneuvelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sneuvelen
Tegenwoordig deelwoord
sneuvelend
Voltooid deelwoord
gesneuveld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary