HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sneeuwen — definition

Conjugation of sneeuwen

Regular CEFR C2
ˈsneːu̯.ə(n)

het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sneeuw
jij / je sneeuwt
hij / zij / het sneeuwt
wij / we sneeuwen
jullie sneeuwen
zij / ze sneeuwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sneeuwde
jij / je sneeuwde
hij / zij / het sneeuwde
wij / we sneeuwden
jullie sneeuwden
zij / ze sneeuwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sneeuwe
jij / je sneeuwe
hij / zij / het sneeuwe
wij / we sneeuwen
jullie sneeuwen
zij / ze sneeuwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sneeuwde
jij / je sneeuwde
hij / zij / het sneeuwde
wij / we sneeuwden
jullie sneeuwden
zij / ze sneeuwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sneeuw
jullie (archaïsch) sneeuwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sneeuwen
Tegenwoordig deelwoord
sneeuwend
Voltooid deelwoord
gesneeuwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary