HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snauwen — definition

Conjugation of snauwen

Regular CEFR C2
ˈsnɑu̯.ə(n)

iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snauw
jij / je snauwt
hij / zij / het snauwt
wij / we snauwen
jullie snauwen
zij / ze snauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snauwde
jij / je snauwde
hij / zij / het snauwde
wij / we snauwden
jullie snauwden
zij / ze snauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snauwe
jij / je snauwe
hij / zij / het snauwe
wij / we snauwen
jullie snauwen
zij / ze snauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snauwde
jij / je snauwde
hij / zij / het snauwde
wij / we snauwden
jullie snauwden
zij / ze snauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snauw
jullie (archaïsch) snauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snauwen
Tegenwoordig deelwoord
snauwend
Voltooid deelwoord
gesnauwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary