HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snappen — definition

Conjugation of snappen

Regular CEFR B2
snɑ.pə(n)

iemand vatten terwijl die met iets ongeoorloofds bezig is, betrappen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snap
jij / je snapt
hij / zij / het snapt
wij / we snappen
jullie snappen
zij / ze snappen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snapte
jij / je snapte
hij / zij / het snapte
wij / we snapten
jullie snapten
zij / ze snapten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snappe
jij / je snappe
hij / zij / het snappe
wij / we snappen
jullie snappen
zij / ze snappen
Aanvoegende wijs — verleden
ik snapte
jij / je snapte
hij / zij / het snapte
wij / we snapten
jullie snapten
zij / ze snapten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snap
jullie (archaïsch) snapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snappen
Tegenwoordig deelwoord
snappend
Voltooid deelwoord
gesnapt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary