HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snakken — definición

Conjugation of snakken

Regular CEFR C2
/ˈsnɑ.kə(n)/

heftig naar iets verlangen, veelal na ontbering ervan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snak
jij / je snakt
hij / zij / het snakt
wij / we snakken
jullie snakken
zij / ze snakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snakte
jij / je snakte
hij / zij / het snakte
wij / we snakten
jullie snakten
zij / ze snakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snakke
jij / je snakke
hij / zij / het snakke
wij / we snakken
jullie snakken
zij / ze snakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik snakte
jij / je snakte
hij / zij / het snakte
wij / we snakten
jullie snakten
zij / ze snakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snak
jullie (archaïsch) snakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
snakken
Tegenwoordig deelwoord
snakkend
Voltooid deelwoord
gesnakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary