HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← smoken — definición

Conjugation of smoken

Regular CEFR B1
/ˈsmoːkə(n)/

tabak roken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik smook
jij / je smookt
hij / zij / het smookt
wij / we smoken
jullie smoken
zij / ze smoken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik smookte
jij / je smookte
hij / zij / het smookte
wij / we smookten
jullie smookten
zij / ze smookten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik smoke
jij / je smoke
hij / zij / het smoke
wij / we smoken
jullie smoken
zij / ze smoken
Aanvoegende wijs — verleden
ik smookte
jij / je smookte
hij / zij / het smookte
wij / we smookten
jullie smookten
zij / ze smookten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij smook
jullie (archaïsch) smookt

Onbepaalde vormen

Infinitief
smoken
Tegenwoordig deelwoord
smokend
Voltooid deelwoord
gesmookt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary