HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← smalen — definición

Conjugation of smalen

Regular CEFR B1
/ˈsmaː.lə(n)/

blijk geven van minachting Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik smal
jij / je smalt
hij / zij / het smalt
wij / we smalen
jullie smalen
zij / ze smalen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik smalde
jij / je smalde
hij / zij / het smalde
wij / we smalden
jullie smalden
zij / ze smalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik smale
jij / je smale
hij / zij / het smale
wij / we smalen
jullie smalen
zij / ze smalen
Aanvoegende wijs — verleden
ik smalde
jij / je smalde
hij / zij / het smalde
wij / we smalden
jullie smalden
zij / ze smalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij smal
jullie (archaïsch) smalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
smalen
Tegenwoordig deelwoord
smalend
Voltooid deelwoord
gesmald

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary