HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sluizen — definición

Conjugation of sluizen

Regular CEFR C2
/ˈslœy̯.zə(n)/

naar bepaalde bestemmingen doen gaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sluis
jij / je sluist
hij / zij / het sluist
wij / we sluizen
jullie sluizen
zij / ze sluizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sluisde
jij / je sluisde
hij / zij / het sluisde
wij / we sluisden
jullie sluisden
zij / ze sluisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sluize
jij / je sluize
hij / zij / het sluize
wij / we sluizen
jullie sluizen
zij / ze sluizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sluisde
jij / je sluisde
hij / zij / het sluisde
wij / we sluisden
jullie sluisden
zij / ze sluisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sluis
jullie (archaïsch) sluist

Onbepaalde vormen

Infinitief
sluizen
Tegenwoordig deelwoord
sluizend
Voltooid deelwoord
gesluisd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary