HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← slepen — definition

Conjugation of slepen

Regular CEFR B2
ˈsleː.pə(n)

trekkend over de grond of het wateroppervlak verplaatsen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sleep
jij / je sleept
hij / zij / het sleept
wij / we slepen
jullie slepen
zij / ze slepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sleepte
jij / je sleepte
hij / zij / het sleepte
wij / we sleepten
jullie sleepten
zij / ze sleepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik slepe
jij / je slepe
hij / zij / het slepe
wij / we slepen
jullie slepen
zij / ze slepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sleepte
jij / je sleepte
hij / zij / het sleepte
wij / we sleepten
jullie sleepten
zij / ze sleepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sleep
jullie (archaïsch) sleept

Onbepaalde vormen

Infinitief
slepen
Tegenwoordig deelwoord
slepend
Voltooid deelwoord
gesleept

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary