HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sleepen — definición

Conjugation of sleepen

Regular CEFR B1

obsolete spelling of slepen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sleep
jij / je sleept
hij / zij / het sleept
wij / we sleepen
jullie sleepen
zij / ze sleepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sleepte
jij / je sleepte
hij / zij / het sleepte
wij / we sleepten
jullie sleepten
zij / ze sleepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sleepe
jij / je sleepe
hij / zij / het sleepe
wij / we sleepen
jullie sleepen
zij / ze sleepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sleepte
jij / je sleepte
hij / zij / het sleepte
wij / we sleepten
jullie sleepten
zij / ze sleepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sleep
jullie (archaïsch) sleept

Onbepaalde vormen

Infinitief
sleepen
Tegenwoordig deelwoord
sleepend
Voltooid deelwoord
gesleept

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary