HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sleeën — definición

Conjugation of sleeën

Regular CEFR C2
/ˈsleːə(n)/

met een slee door de sneeuw glijden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik slee
jij / je sleet
hij / zij / het sleet
wij / we sleeën
jullie sleeën
zij / ze sleeën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sleede
jij / je sleede
hij / zij / het sleede
wij / we sleeden
jullie sleeden
zij / ze sleeden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sleeë
jij / je sleeë
hij / zij / het sleeë
wij / we sleeën
jullie sleeën
zij / ze sleeën
Aanvoegende wijs — verleden
ik sleede
jij / je sleede
hij / zij / het sleede
wij / we sleeden
jullie sleeden
zij / ze sleeden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij slee
jullie (archaïsch) sleet

Onbepaalde vormen

Infinitief
sleeën
Tegenwoordig deelwoord
sleeënd
Voltooid deelwoord
gesleed

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary