HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← slapen — definición

Conjugation of slapen

Regular CEFR A2
/ˈslaː.pə(n)/

in een toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik slaap
jij / je slaapt
hij / zij / het slaapt
wij / we slapen
jullie slapen
zij / ze slapen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sliep
jij / je sliep
hij / zij / het sliep
wij / we sliepen
jullie sliepen
zij / ze sliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik slape
jij / je slape
hij / zij / het slape
wij / we slapen
jullie slapen
zij / ze slapen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sliepe
jij / je sliepe
hij / zij / het sliepe
wij / we sliepen
jullie sliepen
zij / ze sliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij slaap
jullie (archaïsch) slaapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
slapen
Tegenwoordig deelwoord
slapend
Voltooid deelwoord
geslapen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary