HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← slalommen — definición

Conjugation of slalommen

Regular CEFR B2
/ˈslaː.lɔ.mə(n)/

zigzaggend zich door uitgezette poortjes voortbewegen, zigzaggen, gewoonlijk op ski's Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik slalom
jij / je slalomt
hij / zij / het slalomt
wij / we slalommen
jullie slalommen
zij / ze slalommen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik slalomde
jij / je slalomde
hij / zij / het slalomde
wij / we slalomden
jullie slalomden
zij / ze slalomden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik slalomme
jij / je slalomme
hij / zij / het slalomme
wij / we slalommen
jullie slalommen
zij / ze slalommen
Aanvoegende wijs — verleden
ik slalomde
jij / je slalomde
hij / zij / het slalomde
wij / we slalomden
jullie slalomden
zij / ze slalomden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij slalom
jullie (archaïsch) slalomt

Onbepaalde vormen

Infinitief
slalommen
Tegenwoordig deelwoord
slalommend
Voltooid deelwoord
geslalomd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary