HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← skimmen — definición

Conjugation of skimmen

Regular CEFR B1
/ˈskɪ.mə(n)/

de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik skim
jij / je skimt
hij / zij / het skimt
wij / we skimmen
jullie skimmen
zij / ze skimmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik skimde
jij / je skimde
hij / zij / het skimde
wij / we skimden
jullie skimden
zij / ze skimden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik skimme
jij / je skimme
hij / zij / het skimme
wij / we skimmen
jullie skimmen
zij / ze skimmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik skimde
jij / je skimde
hij / zij / het skimde
wij / we skimden
jullie skimden
zij / ze skimden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij skim
jullie (archaïsch) skimt

Onbepaalde vormen

Infinitief
skimmen
Tegenwoordig deelwoord
skimmend
Voltooid deelwoord
geskimd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary