HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← skeeleren — definición

Conjugation of skeeleren

Regular CEFR B2
/ˈski.lə.rə(n)/

rolschaatsen op een rolschaats met 4 wieltjes die recht achterelkaar staan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik skeeler
jij / je skeelert
hij / zij / het skeelert
wij / we skeeleren
jullie skeeleren
zij / ze skeeleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik skeelerde
jij / je skeelerde
hij / zij / het skeelerde
wij / we skeelerden
jullie skeelerden
zij / ze skeelerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik skeelere
jij / je skeelere
hij / zij / het skeelere
wij / we skeeleren
jullie skeeleren
zij / ze skeeleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik skeelerde
jij / je skeelerde
hij / zij / het skeelerde
wij / we skeelerden
jullie skeelerden
zij / ze skeelerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij skeeler
jullie (archaïsch) skeelert

Onbepaalde vormen

Infinitief
skeeleren
Tegenwoordig deelwoord
skeelerend
Voltooid deelwoord
geskeelerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary