HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sieren — definition

Conjugation of sieren

Regular CEFR B1
ˈsirə(n)

tooien, tot eer zijn / strekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sier
jij / je siert
hij / zij / het siert
wij / we sieren
jullie sieren
zij / ze sieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sierde
jij / je sierde
hij / zij / het sierde
wij / we sierden
jullie sierden
zij / ze sierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik siere
jij / je siere
hij / zij / het siere
wij / we sieren
jullie sieren
zij / ze sieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik sierde
jij / je sierde
hij / zij / het sierde
wij / we sierden
jullie sierden
zij / ze sierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sier
jullie (archaïsch) siert

Onbepaalde vormen

Infinitief
sieren
Tegenwoordig deelwoord
sierend
Voltooid deelwoord
gesierd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary